Lieflijke bloemenkoningin der hooglustige Breuzelère

Het Limburgsch Dagblad van 19 februari 1957 plaatst een artikel met de pakkende kop ‘Mechelen kroont eerste carnavalskeizer van Limburg en een stralende bloemenkoningin’.

Vorst Antoon Peute met links zijn echtgenote prinses Fienie Peute-Janssen en rechts bloemenkoningin Eugenie (Kikken-)Ernes met Opper-Breuzelèr Piet Meessen, 1957

 

Wat is het geval? Antoon Peute wordt in 1955 uitgeroepen als prins Antoon I van de Breuzelère van Mechelen. Climax van de avond is het uitroepen van de allereerste bloemenkoningin. Zeer zeker als blijkt dat dit Antoons dochter Lily Lindelauf-Peute is. Nadat Antoon ook in 1956 en 1957 de scepter zwaait bij de Breuzelère wordt hij in 1957 tot vorst gekroond.

CV De Breuzelère is opgericht in 1938. Al vanaf de beginjaren nemen sommige prinsen hun echtgenote als prinses mee in de optocht. Er verschijnen prachtige prinsenwagens met prins, prinses en een hofhouding van elegant geklede hofdames.

Lily Lindelauf-Peute 1955

Echter in 1955 is er voor het eerst een aparte wagen van de bloemenkoningin in de optocht. Mechelen heeft tussen 1955 en 1966 elk jaar een bloemenkoning

in. zij wordt tijdens een dansavond van de carnavalsvereniging gekozen. Aanwezigen kunnen (papieren) bloemen kopen en deze aan hun favoriete dame overhandigen. Wie aan het eind van de avond de meeste bloemen heeft gekregen, wordt uitgeroepen tot bloemenkoningin. Een mooie bron van inkomsten trouwens                                                                                                        voor  de vereniging.

In de beginjaren verloopt de verkiezing soms nogal chaotisch. Oud-koninginnen Fientje Essers-Kikken (1956) en Ria Cratsborn-Mordant (1960) kunnen hierover kostelijke anekdotes vertellen. Om uit te gaan moest je in Mechelen de leeftijd hebben van 18 jaar. In Vijlen is dat niet het geval; daar mocht je al vanaf 16 jaar gaan dansen. Het is zelfs gebeurd dat de Mechelse veldwachter jonge meisjes, waaronder Fientje, op de avond van de verkiezing de zaal uit zette. Ook kan het gebeuren dat een meisje naar de dansavond gaat en door haar ouders uitdrukkelijk wordt gewaarschuwd: ‘Kóm neet es blomekunningin nao heem!’ Dat overkomt Ria uiteindelijk wel zodat ze eerst naar huis moet om haar ouders te vragen of het akkoord is.

Uit sommige krantenberichten blijkt dat er ook jaren zijn dat men zich vooraf kan aanmelden om als bloemenkoningin gekozen te worden.

Als een meisje tot bloemenkoningin verkozen is, begint het grote werk. Er moet een koninklijke jurk worden genaaid en de gekregen bloemen moeten worden verwerkt op een stola of als versiering van de wagen. De vriendinnen van de uitverkorene worden gevraagd om hofdame te zijn. Ook van hen wordt gevraagd om passend gekleed te gaan. De buurt komt in actie om een mooie wagen te bouwen. Dat lukt altijd wonderwel.

Van de koningin en haar gevolg wordt verwacht dat zij, zoveel mogelijk, bij alle activiteiten van de uitgeroepen prins acte de présence geven. Bloemenkoningin Annie Schreuder-Ploemen mag mee in het gevolg van de 1e gemeenteprins van Wittem te weten Alphons Pappers in 1963.

Was de eerste bloemenkoningin nog getrouwd, haar opvolgsters zijn allen ongehuwde dames. Echter, in de loop der jaren melden zich steeds minder kandidaten voor de uitverkiezing. Vriendjes van de bevallige gegadigden zien die uitverkiezing niet zo zitten. Ook het fenomeen ‘hofdames’ raakt uit de mode en bovendien zijn de kosten die zo’n verkiezing met zich mee brengt geheel voor de bloemenkoningin zelf.

Mia Mohnen-Vluggen 1966

Bij de verkiezing van 1966 krijgt Mia Mohnen-Vluggen ALLE bloemen die te vergeven zijn. Zij is er heel blij mee en ook haar ouders delen mee in de feestvreugde. Bloemenkoningin Mia mag tijdens het carnaval in Mechelen prins Leo I (Leo Meentz) vergezellen. Mia vertelt: ‘Ik had zelfs twee jurken: een voor de eerste dag en een voor de tweede dag! Het kroontje heb ik ook nog altijd bewaard.’

Terugblikkend op het seizoen 1965-1966 besluit het bestuur van CV De Breuzelère, vanwege veranderende tradities en een afnemende belangstelling, dat er geen verkiezing tot bloemenkoningin meer gehouden zal worden. CV De Breuzelère heeft dus slechts twaalf bloemenkoninginnen gehad: Lily Lindelauf-Peute bijt het spits af en Mia Mohnen-Vluggen sluit het illustere rijtje.